‘Hier zijn’, fluistert het in me, ‘hier zijn’.
En ik zak weer in het nu, bij mezelf, en hoor de vogels, voel de zachte wind, de grond onder mijn voeten. Wachten. Rusten. Zijn.
Langzaam in de loop van de tijd, toen ik in het bos woonde, werd ik een diepere schoonheid gewaar. Een nieuw waarnemen drong zich aan me op. Waarnemen met meer dan wie ik was, dan dat ik dacht dat ik was.
Door de schoonheid heen, werd ik een licht gewaar, een goddelijke levensstroom. Een netwerk van licht, van leven. De schoonheid is als een poort.
In het voorjaar van 2019 lees ik een artikel in Trouw over een nieuw boek van een Tjechische theoloog. Hij schrijft met nieuwe ogen over de opstanding van Jezus. Hij schrijft dat in de opstanding een radicaal nieuwe gedaante van Jezus tevoorschijn komt. Geen resultaat van het oude, dit nieuwe valt niet te bedenken, te construeren, het heeft geen sporen geschiedenis in zich, het is radicaal nieuw.
En weer word ik iets gewaar. Mijn lijf reageert met diepe tranen, het schokt uit mijn lijf.
Ik herken iets.
Ik begin te vermoeden dat de aarde dit overkomt, en ook de mensheid. Een geboorte door ons heen. Het oude is aan het sterven in de nacht, door angst en eenzaamheid heen. Bindingen en oude pijn worden weer voelbaar. Het vraagt moed dit af te wikkelen, af te laten brokkelen.
Een oude identificatie loslaten. Om geboorte te geven aan het radicaal Nieuwe : een grote alles omvattende liefde. De frequentie van de aarde verhoogt en ook onze frequentie wordt verhoogd, zodat we deze Liefde kunnen gaan ervaren en leven.
Ik heb van het Nieuwe geproefd. Mijn hart werd overstroomd door zo’n grote Liefde dat ik niks anders meer wil. Ik ga op pad, nu met meer discipline dan ooit. Bidden, mediteren, initiaties, me steeds weer verbinden met de Bron, luisteren naar spirituele inspirators, heling vanuit nieuwe visies en vormen.
Eerder schreef ik over tegen de richting in liefhebben. Het is een dagelijkse oefening. Het insluiten en liefhebben van gedrag dat me tegenstaat, dat me ergert of me kwetst. Insluiten en liefhebben. En mijn hart lijkt steeds groter te worden.
Mijn reis ging heen en weer tussen de oude werkelijkheid en het lichte, het nieuwe. Het oude voelde steeds zwaarder om in te zijn, als ‘n verdichte deken over mijn nieuwe zintuigen heen. En precies die weerstand hielp me om verder te willen groeien, door te breken naar het nieuwe. Iedere blokkade is ook een opstapje voor groei.
Gebed, ontspanning, de Bron en de Lichtwereld om hulp vragend, moed verzamelen, gaan staan.
Na jaren heen en weer ‘reizen’, sloeg de weegschaal op. De verfijning van het Nieuwe is nu makkelijker bereikbaar voor mij. Het licht is al snel weer aan.
Wat bracht die uiteindelijk omslag?
Ik weet het niet precies. Een soort vallen. Iets opgeven. Maar ook een keuze. Een diepe keuze.
Keuze om het onbekende tegemoet te gaan en in de stroom te springen en mee te gaan (en dat is eng, dat is zekerheid loslaten). Een keuze voor liefde, een grotere liefde dan die ik ben of kan omvatten.
Ik begin te merken dat als ik verbonden met met het nieuwe, het licht in mij aan is, ik makkelijker oude pijn verwerk en loyaliteiten zachter worden. En anderzijds als ik mijn schaduw niet aan durf te kijken, dan blijft het aan me trekken, houd het me in het oude, waarin alles veel meer verdicht is en traag gaat.
Maria de Groot beschrijft in ‘de innerlijke burcht’ drie fasen in deze reis: ontspannen, ontwaken, ontvangen.
“Hoe vaker je in je innerlijke cel de ontspanning oefent en de overgave ervaart naar dit moment van ontwaken, des te onmiddellijker ervaar je de Sjechina (Vrouwelijke Goddelijke) aanwezig.”
“De gloed van de Goddelijke Liefde is ervaarbaar in heel ons lichaam wanneer we de overgang van ontwaken naar ontvangen beleven mogen”.
En die Liefde vernieuwt. Daar hoef je weinig voor te doen.
Ontspannen. Schoonheid zien. Openen. Ontvangen.
Namasté,
Mirjam